Domotica

Domotica

Domotica is in opmars en het biedt de bouw nieuwe mogelijkheden. Dat was in het kort de conclusie van de BouwLokalen-bijeenkomsten over domotica, die SBR gedurende het voorjaar van 2003 door het hele land heeft georganiseerd. Buiten kijf staat dat domotica een belangrijke meerwaarde kan hebben voor het wooncomfort en dat het betaalbaar is. De technologie is beschikbaar, maar de toepassing in woningen wordt vooralsnog mondjesmaat toegepast.

Domotica is een nieuw begrip in de bouw. Het woord is een samentrekking van domus (huis) en informatica. Domotica is vooral een breed begrip: zaken als comfort, energiebeheer, controle, bewaking, automatisering en communicatie vallen er onder. Concrete voorbeelden zijn: alarmering op afstand, deurluidsprekers, toegangscontrole, inbraaksignalering, ventilatie, huisbioscopen en het op afstand beheren van apparatuur. De sprekers tijdens deze BouwLokalen waren onder meer Herman Eijdems van het bedrijf Cauberg-Huygen en Karel van Dijk van Uneto-VNI. Duidelijk werd dat de integratie van domotica in woningbouwprojecten de nodige voorbereiding vraagt. Zo zal de meterkast zich ontwikkelen tot ‘technische ruimte”, die wordt beheerd door ‘system integrators’ die verdeelkasten aan elkaar koppelen. Voor een woning voorzien van domotica zullen groepenkasten ontstaan van 9 groepen. De woning heeft straks niet alleen het gebruikelijke 230Volt- leidingnet, maar het huis is tevens voorzien van een ICT -leidingnet. Domotica biedt ook kansen om woningen levensloopbestendig te maken, meende Van Dijk. Eijdems voegde daaraan toe dat een geïntegreerde aanpak van ontwerp, bouw en verkoopproces essentieel zijn voor het slagen van domotica. Het is aan de bouw om de klanten duidelijk te maken wat die meerwaarde precies is.

Levensloopwoningen

In België wordt domotica al enige tijd met commercieel succes toegepast. De verwachting is dat domotica ook hier binnen 10 jaar heel gewoon is geworden. De vergrijzing van de bevolking vraagt om steeds meer toepassingen als alarmsystemen, klimaatregeling en de mogelijkheid om deuren, ramen, gordijnen, zonwering en installaties geautomatiseerd te bedienen. Zo kunnen ouderen langer zelfstandig wonen. Daarom is het belangrijk dat opdrachtgevers, architecten, installateurs en aannemers al in het ontwerpstadium van de woning afspraken maken over de flexibiliteit, met andere woorden, de woning moet worden voorbereid op de veranderende levensloop en de daarbij horende eisen van de bewoners.

Het streven hiebij is: flexibiliteit op gebouwniveau vanuit het gezichtspunt van de consument. De grootste consequentie voor de traditionele bouw is dat processen uit elkaar moeten worden gehaald, zodat ze onafhankelijk kunnen worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld: pas in de ruwbouw geen geïntegreerde installatieconcepten toe, maar houd rekening met latere aanleg van bedrading of kanalen. Vanaf het begin is een integrale benadering nodig: partners moeten samenwerken in een projectteam, dat aan een gebouw flexibiliteit meegeeft in plaats van dat het alleen pijpen legt.